Home

A LITTLE OLD LADY CALLED OO-PUS

Een tijdje geleden werd ik door M.J. aangepord om iets te schrijven voor de RAAC Echo.
Nou ja, wat kan ik nu nog verkondigen dat de vliegfanaten van onze club nog zou kunnen boeien? Ik stelde voor om iets over het “Puske” te vertellen.

Wel dit is een verhaal dat in Antwerpen begonnen is in de maand augustus van het jaar 1947.
De firma INTAIR onder leiding van de heer Meeus voerde verschillende merken van vliegtuigen in vanuit de USA die in Deurne werden geassembleerd. De Ercoupe was één van die toestellen die door de firma INTAIR hier werden verdeeld.

De plaats waar dit allemaal geschiedde was in de houten loods die nu achter het SABENA vrachtgebouw gelegen is. De mechanieker die dit allemaal leidde was Franske Jacobs, een oude gekende voor de anciens, en toch onderbewust gekend door de jongeren, daar zij hem iedere keer dat zij naar de luchthaven komen, hem voorbij rijden. Hij is namelijk de kleine jongen met de sleutel in de hand die samen met Jan Olieslagers naar de hemel kijkt.

Dit toestel, zoals eerder gemeld is van Amerikaanse oorsprong en werd gebouwd door Engineering and Research Corporation uit Washington D.C. Het ontwerp van Fred E. Weick, door de ontwerper van Piper Cherokee, dateert uit 1937. Er werden vier gebouwd voor de tweede wereldoorlog voor certificatie door de FAA.

In de jaren na de oorlog werden er ongeveer 5.000 van gebouwd. Dit toestel was snel heel revolutionair omdat het een neuswiel had en een metalen romp. In die tijd waren de meeste kleine toestellen uit hout en zeildoek. Het meest unieke is dat dit toestel niet in een spin kan geraken en dat je geen benen of hoofd nodig hebt om er met te vliegen! Dit komt omdat de rolroeren en de richtingsroeren gekoppeld zijn alsook het neuswiel. Dit geeft tot gevolg dat je er op de grond moet rondrijden zoals met een wagen. Het niet kunnen spinnen is te wijten aan de interconnectie van de sturen en de limitatie van uitslag van het hoogteroer.

Deze Ercoupe heeft een Continental motor van 75 pk bij 2275 RPM, die een kruissnelheid geeft van rond de 100 MPH bij een verbruik van 17 à 18 liter per uur. Het toestel bezit een “fuel system” uit 3 tanks. Een fuselagetank van 6 US/GAL en twee vleugeltanks van 9 US/GAL elk. De benzine wordt van de vleugeltanks in de centertank gepompt door een mechanische pomp en de overschot loopt terug in de vleugeltank. Door dit systeem moet je nooit van tank overschakelen, en kun je er gerust 5 uur vlucht uit halen. Eerlijk gezegd dat is veel te lang om in zo’n doos rond te huppelen. Na 2 uur vind ik het al welletjes en moet ik wel effe de benen strekken!

OO-PUS kreeg zijn bewijs van luchtwaardigheid augustus 1947 en was eigendom van dokter De Weerdt uit Menen die het toestel in Gent en op het Zoute gebruikte.

In 1960 werd het gekocht door de heer Grégoire die het volledig reviseerde en bracht het in de huidige kleur. De laatste totale schildering gebeurde in 1962. Toen werden ook de radios geïnstalleerd, en dit is heel wat aan al die antennes te zien. Volgens mij was het een prototype van de AWACS.
Na het overlijden van Mr.Grégoire in 1983 kwam het in handen van de Van Risseghems.

Op een zonnige dag ging vader Jan vliegen met Mr.Grégoire, na enkele circuits moesten ze een bocht maken van 360° om een ander vliegtuig in eindnadering te laten landen. Natuurlijk op het verste punt van de bocht begon de motor het af te weten. Jan nam de micro en berichtte de toren “Uniform Sierra forced landing at Boechout!”
De toren antwoorde : “Cleared to do.” Want ze waren toch al gewoon dat Jan zo’n dingen vroeg omdat hij die morgen al verschillende simulaties had geoefend met andere leerlingen. De toren kreeg als repliek : “This is a real one!”
Nu vond Jan een geschikte plaats om te landen, een afgemaaid korenveld tussen de hoogspanningskabels en de spoorweg. Boven dit afgemaaid korenveld gekomen in de eindnadering wilde dit rottoestel niet meer zakken, en tot overmaat van ramp liep het veld nog berg af. Op het einde van het veld een mooie prikkeldraad en daar achter een brede beek en een maïsveld. Het enige dat nog te doen was mikken naar de omheining om er over de beek te wippen en afronden op de toppen van de lange maïsstengels. Het vliegtuig zonk weg in het dichte bos en toen er positief grond werd geraakt begon de motor terug te lopen. Een radiobericht naar de toren luidde : “Uniform Sierra Landed, crew and aircraft O.K.”
Nu, die motor was gestopt omdat de vlotternaald in de gesloten positie bleef hangen en door de landingsschok is die weer los gekomen. De vleugels werden gedemonteerd en alles werd zonder blutsen of builen naar het vliegveld overgebracht.

Op dit ogenblik heeft het vliegtuig een totaal van 750 uren gevlogen op 40 jaar, en als men in het logboek kijkt, vindt men er namen in zoals Jordens, oud monitor van de RAAC, Florent Lambrechts en Tony Van Grieken die er van genoten hebben in het begin van de jaren 60.
Ikzelf vlieg er vijftig uur per jaar mee tussen Midden-Zeeland en Antwerpen en de jaarlijkse vluchten naar Engeland en Frankrijk.

Om deze Old Lady in de lucht te houden breng ik de regenachtige weekends door met haar poetsen en te besleutelen met liefde en toewijding, en wij hopen dat ze nog lang de oudste vliegende Dame op Deurne mag blijven.


Kim van risseghem